Luik

In Luik hebben alle mensen een dikke buik (door de wafels)

Na het oversteken van de grens is het meteen duidelijk dat je je in België bevindt. De wegen en de architectuur laten niets aan de verbeelding over.

Ik zat in de trein vanaf Maastricht naar Luik (maar een klein halfuurtje!) en ik had zin om een nieuwe plek te gaan ontdekken. Luik is met zijn 200.000 inwoners één van de grootste steden van België. Het ligt in de provincie Wallonië, wat betekent dat de voertaal in deze stad Frans is. Wat nogal een uitdaging was, want mijn Frans is net zo goed als mijn Chinees. Ga maar na.

Luik is een industriestad dus in de binnenstad kun je je niet per se vergapen op de authentieke gebouwen. Op het historische hart na, maar ook daar is het verschil tussen vroeger en nu duidelijk te zien bij het kantoorpand dat naast de kerk is gebouwd. De Maas die dwars door de stad stroomt geeft je al iets meer dat authentieke gevoel, met de huisjes langs de kade en het stadspark aan het water waar op een zonnige dag de bevolking van Luik naar toe trekt om even uit te rusten.

Het centrum van Luik staat niet bekend als een shopwalhalla. Ook lijkt het qua toerisme best mee te vallen, maar dat zou ook te maken kunnen hebben met de periode waarin ik daar was. Echter vond ik het centrum met de winkels en de terrasjes wel het gezelligste deel van de stad.

Qua bezienswaardigheden is Luik wel rijk; als je kerken en kathedralen boeiend vindt om te bezoeken kun je in deze stad je hart ophalen. De bijna bekendste toeristische trekpleister zijn toch wel de trappen van Bueren. Deze trap met 374 treden bevindt zich in het Historische hart van Luik. Bovenaan wordt je beloond met een prachtig uitzicht over de hele stad. Naast de toeristen die hier komen is het ook in trek bij de lokale bevolking die de trap gebruikt om bijvoorbeeld de conditie op peil te houden. Elk moment van de dag zijn hier wel sporters of zelfs schoolklassen te vinden die deze trappen proberen te bedwingen.

Zelf heb ik ook van dit mooie uitzicht (zie foto’s) kunnen genieten, echter was ik via een omweg naar boven gelopen, dus de trappen bleven mij bespaard. Naar beneden gaat het toch altijd wel een stukje makkelijker. Toen ik zowel bovenaan als onderaan de trappen stond en ik naar beneden of naar boven keek was ik zeker onder de indruk. Het weer was helaas op dat moment niet zo aantrekkelijk, maar misschien was dat juist fijn; met het afwezig zijn van de vele toeristen kon ik op mijn gemak genieten van deze bijzondere stad.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *